“Te veel assistentiewoningen zijn op de foute plek gebouwd”

Vrijdag 31 augustus 2018 — Heel wat assistentiewoningen raken niet ingevuld, maar daaruit concluderen dat er een overaanbod is, is compleet fout. In plaats van een overaanbod is er een tekort. Dat kan ook niet anders als je ziet hoe hard België vergrijst. Alleen: als er vandaag assistentieflats leeg blijven staan, is dat omdat ze onterecht te vaak gezien worden als bejaardentehuizen en nog erger, omdat ze op de foute plaats zijn neergepoot. Dat zegt Jelle Strijbos van projectontwikkelaar Brody, één van de Belgische specialisten in assistentiewoningen, naar aanleiding van het nieuws dat in zowat de helft van de assistentiewoningen flats zouden leegstaan.

In zowat de helft van de door bouwpromotoren gebouwde wooncomplexen met assistentiewoningen, staan flats leeg, zo lazen we de voorbije dagen in verschillende media. Slechts 10 tot 20 procent van de flats zou verhuurd zijn. Reden: de hoge prijzen op de privémarkt. Met 22.000 gebouwde eenheden en nog 16.000 in de steigers zou er een overaanbod zijn. Wel, als projectontwikkelaar gespecialiseerd in assistentiewoningen kan ik niet anders dan daar toch enkele kanttekeningen bij plaatsen. Er zijn helemaal niet te veel assistentiewoningen. Meer nog: er moeten er zéker nog enkele duizenden bijkomen.

De cijfers liegen er niet om: België vergrijst. In 2040 zal het aantal 65 plussers in ons land pieken. Maar liefst 26% van de bevolking is dan gepensioneerd. Dat is niet alleen een serieuze uitdaging voor onze economie maar ook voor onze maatschappij. Zeker als we het beste willen voor onze oudere bevolking. Maar hoe kan het dan dat er toch nog assistentiewoningen leegstaan? Hét grote probleem is dat ze te vaak op de verkeerde plek zijn gebouwd. Er zijn in het verleden - en eigenlijk vandaag ook nog - veel te veel assistentiewoningen in de stad of aan de kust gebouwd. En dan krijg je inderdaad leegstand die fors kan oplopen.

Neem nu onze Belgische kust. Gemakkelijk 75 procent van de mensen woont er in een doorsnee appartement. Ze wonen comfortabel, hebben alles wat ze willen in de buurt, en vinden gemakkelijk zorg als het nodig is. Waarom zouden ze dan al die moeite doen om na hun appartement nog eens naar een assistentiewoning te verhuizen, om vervolgens enkele jaren later naar een rusthuis te gaan? Hetzelfde zien we in een metropool als Antwerpen: mensen hebben er alles in de buurt, waardoor de nood aan de ontzorgende factor van een assistentieflat minder groot is.

Neen, er is dus geen overaanbod, er zijn wél te veel assistentiewoningen op de foute plek gebouwd. Niet onze steden hebben er nood aan, wel de dorpskernen en meer landelijke gebieden. Wij bouwen vandaag assistentiewoningen in dorpen zoals Boortmeerbeek of Maldegem. Kleine gemeenten waar veel mensen in een open bebouwing wonen of in een landelijke villa die ze niet meer willen of kunnen onderhouden. De stap naar een assistentiewoning vlakbij is dan veel eenvoudiger, en de ontzorging zien ze vooral als een luxe. Al was het maar omdat de tuin er voor hen gedaan wordt, de klusjesman in de buurt is - en in worst case zelfs de dokter. Bovendien kan je in dit soort dorpen ook met redelijke, zeg maar betaalbare dagprijzen werken. Dat is iets anders dan in sommige luxeflats in steden waar je gemakkelijk over 60 euro per dag spreekt.

Als sectorspecialist is er nog een ander punt dat ik wil aanhalen: de overheid moet dringend meer doen dan assistentiewoningen alleen fiscaal stimuleren. Er is nood aan duidelijke richtlijnen waar wél en niet assistentiewoningen gebouwd mogen worden. En misschien nog belangrijker: de nood aan een bewustmakingscampagne, die duidelijk maakt dat een assistentiewoning geen bejaardentehuis is waar men gemiddeld zes maanden verblijft vooraleer zijn laatste adem uit te blazen. We zien hippe 65-plussers hun intrek nemen in onze assistentieflats. Niet omdat ze zich niet meer jong voelen, wél omdat ze geen drie keer meer willen verhuizen en in hun overvolle agenda op zoek zijn naar ontzorging.

Een overheid die de vergrijzing menselijk wil aanpakken en wil strijden tegen vereenzaming bij ouderen, moet hier veel sterker op durven inzetten.

Jelle Strijbos, commercieel directeur projectontwikkelaar Brody